onderzoek

Onderzoek, werkstuk, projectwerk

Vragen die in de kring aan bod kwamen kunnen aanleiding geven tot een kort werkstuk dat in de afsluitronde van die dag al gepresenteerd wordt. Sommige vragen vergen dan weer diepgaander onderzoek en geven aanleiding tot een echt (onderzoeks)project.

De concrete aanpak van zo’n onderzoek zal sterk verschillen naargelang het onderwerp en de leeftijd van de kinderen. Een aangespoelde potvis aan onze kust kan voor alle leeftijden aanleiding geven tot een boeiend onderzoeksproject. Bij de kleuters is een project dat daaruit groeit bijvoorbeeld het maken van een grote kartonnen potvis. Een leefgroep met oudere leerlingen zal een informatiemap over walvissen maken: hoe ze eruitzien, hun levenswijze, waar ze voorkomen, de walvisvangst, bedreigde diersoorten, dierenrechten, enz. Jongere kinderen zoeken informatie vooral door naar dingen te kijken en door vragen te stellen aan iemand die er meer van afweet. Dat evolueert geleidelijk naar het zelf bijeenzoeken en zelfstandig raadplegen van schriftelijke documentatie in boeken of op het internet. In het secundair onderwijs verwachten we van de leerlingen steeds meer zelfstandigheid en onderzoeksvaardigheid.

Elk onderzoek wordt afgesloten met een projectvoorstelling. De leerlingen stellen dan vragen aan elkaar, leren van elkaar, bespreken elkaars projecten. Van elk project wordt in de klas een neerslag bewaard: dat kan gaan van een korte notitie en een foto of tekening in het leefboek van de kleutergroep tot een rijk geïllustreerde projectmap bij de oudere leerlingen, met veel informatie over het gekozen onderwerp. Vaak worden resultaten van het proefondervindelijk verkennen en van het opzoekwerk van de leerlingen ook met andere leerlingen van de school en met ouders gedeeld. Zo wordt een cultureel patrimonium van de klas of de school opgebouwd, waarnaar leerlingen in hun later werk kunnen teruggrijpen.

De werkwijze tijdens de onderzoeksprojecten – zelf experimenteren; hypotheses formuleren en verifiëren; onderzoeken en conclusies trekken; details van hoofdzaken onderscheiden; enz. – is belangrijker dan feitenkennis die leerlingen opdoen maar vervolgens grotendeels weer vergeten. Het doel van onderzoek is niet zozeer feitenkennis, wel dat jongeren leren hoe ze als een wetenschappelijk onderzoeker naar de wereld kunnen kijken.

volgende techniek: levend rekenen

(Dit is een fragment uit ‘Inleiding tot de freinetpedagogie en -didactiek’, geschreven door Keerpuntmedewerkers Geert Van Hout en Luc Heyerick.)