levend rekenen

Levend rekenen en wiskundig onderzoek

De meeste freinetscholen in het basisonderwijs gebruiken nauwelijks schoolhandboeken: taal en wereldoriëntatie worden op een natuurlijke wijze aangepakt, op basis van de inbreng van de leerlingen. Rekenen/wiskunde is vaak een uitzondering op die regel. Al kan een ‘methode’ ingezet worden met het oog op inoefening, verdieping en bewaking van het leerstofaanbod, toch blijft het streven overeind om ook de wiskundeleerstof zo veel mogelijk vanuit een ‘levende’, functionele context aan te reiken. Het dagelijks leven in de klas stelt de leerlingen geregeld voor problemen die ze enkel kunnen oplossen door te tellen, te meten, te rekenen : de zaal klaarzetten voor een feest of tentoonstelling; het bijhouden van de klaskas; fruitsla maken; de melk verdelen; een zandbak op de speelplaats of een terrarium in de klas maken; de oppervlakte van de muren berekenen alvorens verf aan te kopen; enzovoort. Anderzijds kan het aangrijpingspunt voor levend rekenen ook een stukje werkelijkheid zijn dat van buiten de school in de klas gebracht wordt via de praatronde, een vrije tekst, een vraag van de correspondentieklas of andere kanalen.

Onderwerpen uit de kring kunnen aanleiding geven tot een wiskundig onderzoek, dat de leerlingen individueel, in kleine groepjes of met de hele klas uitvoeren. Daarna bespreekt de klas de onderzoeksresultaten gezamenlijk en worden bevindingen uitgewisseld, oplossingswijzen vergeleken, wiskundige begrippen gevormd en uitgezuiverd, reeds aanwezige wiskundige kennis en vaardigheden toegepast en ingeoefend. Bepaalde rekentechnieken die op deze ‘levende’ manier aan bod kwamen, kunnen naderhand in de individuele planning van sommige leerlingen opgenomen worden in functie van automatisering, verdieping en transfer.

Naast het levend rekenen geven ook ontdekkingen tijdens een buurtwandeling of eigen creaties met wiskundige objecten (getallen, maten, meetkundige figuren…) aanleiding tot wiskundig onderzoek. De leidraad is het zoeken naar wetmatigheden via proefondervindelijk verkennen. Zo kunnen leerlingen in het secundair onderwijs bijvoorbeeld zelf de tekenregels of de waarde van negatieve machten ontdekken, eerder dan dat de leerkracht of het handboek hen de regels voorschrijft en de leerlingen die regels vervolgens toepassen in contextloze oefeningen.

volgende techniek: klaskas

(Dit is een fragment uit ‘Inleiding tot de freinetpedagogie en -didactiek’, geschreven door Keerpuntmedewerkers Geert Van Hout en Luc Heyerick.)